Mediquest in het AD: Analyse toont grote tekorten in kraamzorg
Werknemers over problemen in kraamzorg: gezinnen betalen de prijs voor structurele tekorten
De door personeelsgebrek geplaagde kraamzorg kampt met grote problemen. Zo lukt het steeds minder vaak om op tijd te zijn bij een bevalling, ondanks een wettelijke verplichting. Daarnaast willen steeds meer kersverse ouders minder uren kraamzorg, omdat ze het niet kunnen betalen. Deze site sprak met bezorgde betrokkenen, die vertellen over kwetsbare gezinnen die niet voldoende zorg krijgen en te koud geworden baby’s. ,,Laatst moest ik 1,5 uur rijden naar een bevalling.”
In het Algemeen Dagblad door Josselin Gordijn 01-01-25
In het kort: wat is er aan de hand?
- In de kraamzorg, een oer-Hollandse uitvinding, zijn zulke grote tekorten dat gezinnen die net een baby hebben gekregen steeds minder kraamzorg kunnen krijgen. Kreeg je een aantal jaar terug nog 80 uur kraamzorg, nu is dat 49 uur, maar veel vaker nog het minimum, 24 uur.
- Tegelijk stijgt de eigen bijdrage die je daarvoor betaalt, die bedraagt volgend jaar 5,40 euro per uur. Steeds meer gezinnen geven aan dit niet te kunnen betalen.
- Het gevolg is dat jonge gezinnen, vooral kwetsbare, een onzekere start maken wanneer ze een kindje krijgen. Ze missen ondersteuning in belangrijke zaken als veiligheid rondom de baby, begeleiding bij borstvoeding en ondersteuning in het ouderschap. Kraamverzorgenden hebben een signalerende functie, ze merken eventuele problemen op in een gezin en zorgen dat daarvoor de juiste hulp komt. Wie kraamzorg krijgt, maakt minder aanspraak op de reguliere zorg.
Baby al geboren bij aankomst
„Buiten adem kom ik binnen, en dan blijkt de baby al te zijn geboren”, zegt een kraamverzorgende uit Midden-Nederland. Ze wil niet met haar naam op de site. ,,We zijn steeds vaker te laat. Ondertussen mist de verloskundige assistentie. Het extra paar ogen, de spullen die we klaarleggen, we houden de partner in de gaten. Meestal gaat het goed, maar bij een complicatie, waarbij de baby vastzit, de hartslag daalt of de baby wordt geboren en geen ademhaalt, moet de verloskundige dat alleen oplossen. Dat is niet wenselijk.”
De kraamverzorgende maakte pas mee dat een net bevallen vrouw een fluxus kreeg, een ernstige, plotselinge nabloeding. „Ik kwam binnen toen dat aan de gang was. De verloskundige was heel druk, de vader stond er apathisch naast, en dan was de baby er ook nog. We hebben de ambulance gebeld, de vrouw is met een schepbrancard uit haar bed gehaald.”
Dat een kraamverzorgende binnen een uur na de oproep van de verloskundige aanwezig dient te zijn bij een geboorte, staat verankerd in het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP). Het idee hierachter is dat de kraamverzorgende dan de voorbereidingen voor de bevalling kan treffen. Het gaat hierbij om bevallingen thuis, of in een geboortehuis. Het ‘te laat komen’ is niet altijd zonder consequentie: „Komt een kraamverzorgende meerdere keren niet op tijd, kan een zorgverzekeraar de organisatie korten. Een soort boete’’, zegt Feli Escarabajal, vakbondsbestuurder bij FNV.
Koud de nacht in
Cijfers laten zien dat vijf jaar geleden nog 94 procent van de kraamverzorgenden binnen het uur aanwezig was. In 2021 was dit zelfs tegen de 98 procent, maar in 2023 is het percentage gedaald naar 86 procent, volgens een analyse uitgevoerd door Mediquest, dat zorgdata verzamelt en analyseert ter verbetering van de zorg. Er zijn kraamzorgbureaus waar het percentage onder de 70 procent komt. Het betekent meer werk voor verloskundigen. „Je mist echt dat extra paar handen”, zegt Lieneke van den Brink, directeur Zorggroep Verloskunde Zuid-Oost Brabant en tot vorig jaar praktiserend verloskundige. In haar regio wordt gewerkt met ‘partuspools’, waarbij er altijd een kraamverzorgende klaar moet staan voor een naderende bevalling.
“Zeker in de wintermaanden worden wij regelmatig gebeld over bijvoorbeeld baby’s die te koud geworden zijn”; -Lieneke van den Brink, Directeur Zorggroep Verloskunde Zuid-Oost Brabant
,,Het gebeurt hier niet vaak dat er geen kraamverzorgende is bij de bevalling. Maar ik ken de verhalen wel. Bij calamiteiten wordt dan de hulp ingeroepen van een andere verloskundige; je belt een collega die ook bezig, of vrij is.” Een verloskundige is eindverantwoordelijk en krijgt dus veel op het bord.
„Door capaciteitsproblemen in het ziekenhuis worden kersverse ouders na de bevalling ontslagen zodra dat kan; of het nou dag of nacht is’’, zegt Van den Brink. ,,Dat betekent dat ze soms midden in de nacht thuiskomen met hun pasgeboren baby, en vaak niet weten wat ze moeten doen. Eerder stond een kraamzorgmedewerker klaar om te helpen met opstarten, maar nu is die hulp er meestal niet. Die zorg komt ook bij ons terecht; zeker in de wintermaanden worden wij regelmatig gebeld over bijvoorbeeld baby’s die te koud geworden zijn. Dat pakken wij natuurlijk op, maar dat doet ook iets met onze capaciteit. Zonder kraamzorg valt het systeem zoals we het nu hebben georganiseerd om.”
Er zijn tot nu toe geen signalen dat er iets fout is gegaan doordat een kraamverzorgende laat was, zegt Peter Boudewijn, voorzitter van brancheorganisatie Bo Geboortezorg. ,,Maar het is niet voor niks dat er twee mensen aan het bed dienen te staan; als er complicaties zijn, mag je niet rekenen op omstanders als een partner of een leerling. De cijfers zeggen ook niet alles, wanneer een verloskundige belt en aangeeft dat de kraamverzorgende er pas over twee uur hoeft te zijn, dan is de aanrijtijd langer dan een uur, maar geen probleem. Door capaciteitsbeperkingen kunnen aanrijtijden echter langer zijn dan voorheen.”
Gezin kan zorg niet betalen
Tegelijkertijd groeit het aantal mensen dat minder zorg wil dan is overeengekomen. Uit cijfers die Mediquest heeft geanalyseerd blijkt dat in 2020 7 procent van de gezinnen minder kraamzorg wilde afnemen dan volgens het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP) was geïndiceerd. Vorig jaar was dit percentage gestegen naar 21 procent.
De reden? Daar zijn alle ondervraagden het over eens: de te hoge eigen bijdrage die een jong gezin uit eigen zak moet betalen. In 2023 nog 4,80 euro per uur, nu 5,10 en volgend jaar 5,40.
“Het stel kreeg het advies naar de osteopaat te gaan voor het kindje en naar de lactatiekundige voor hulp met de borstvoeding, maar dat konden ze niet betalen.”; -Susan Meijers, Kraamverzorgende in Zuid-Limburg
Voorbeelden van gezinnen die heel weinig te besteden hebben, van vluchtelingen en bewoners van het AZC tot mensen die zijn geboren en getogen in Nederland, zijn er te over. Kraamverzorgende Susan Meijers, die al 27 jaar werkt als kraamverzorgende in Zuid-Limburg, ziet het steeds meer. „Pas was ik bij een jong gezin waarbij het kindje een voorkeurshouding had (dat kan leiden tot afplatting van de schedel, red.). Ook de borstvoeding had extra aandacht nodig. Het stel kreeg het advies naar de osteopaat te gaan voor het kindje en naar de lactatiekundige voor hulp met de borstvoeding. Maar die kosten konden ze niet betalen. Dan zit je met een probleem. Ze waren erg onzeker. Twee dagen extra kraamzorg was hier zeer wenselijk geweest, dat dat niet kan, moet ik dan loslaten.”
,,Hetzelfde met een vrouw bij wie ik nog twee dagen drie uren zorg moest geven. Haar keizersnedewond was ontstoken en opengegaan. Ze moest naar het ziekenhuis en ik dacht: hoe zou dit verder aflopen? Als ze thuiskomt, heeft ze geen zorg meer. Dan denk je toch nog wel eens: hoe zou het nu gaan?”
Terwijl het aantal uren kraamzorg afneemt, neemt het bewustzijn rond het belang van een kansrijke start door ‘de eerste duizend dagen’ (van het moment van conceptie tot ongeveer twee jaar) zo goed mogelijk in te richten. Een op de zes Nederlandse kinderen maakt een minder goede start, wat effect heeft op de gezondheid, ontwikkeling, en de kansen op school, op de arbeidsmarkt en in de maatschappij.
En daar draagt kraamzorg nou juist aan bij. „De verloskundige rent in en uit, het ziekenhuis is op afstand: wij zitten aan de keukentafel en in de keukenkastjes”, zegt Esther van der Ark van de Nederlandse Beroepsvereniging voor Kraamverzorgenden (NVBK) en zelf kraamverzorgende. „Wij signaleren, zetten gezinnen in hun kracht doordat ze, door ons toedoen, vertrouwen krijgen in het verzorgen van de baby. Het zijn vaak kleine dingen waar iemand onzeker over is en daar helpen we bij. Of het gaat om veilig slapen, of het helpen bij een kindje met buikkrampjes. Als er iets is, kunnen we aan de bel trekken, samen met de verloskundige. Daarmee omzeil je zorg, je hoeft niet meteen naar het ziekenhuis, naar de kinderarts of huisarts.”
“We komen 2000 kraamverzorgenden tekort“; -Feli Escarabajal, FNV
Anderhalf uur rijden
Waar komen de problemen in de kraamzorg vandaan? Ze bestaan enerzijds doordat er simpelweg te weinig kraamverzorgenden zijn, zegt Escarabajal van FNV. „We komen er 2000 te kort.” Daarom beslaan de kraamverzorgenden die er zijn een steeds groter gebied, waardoor ze verder moeten rijden. „Laatst moest ik zeker anderhalf uur rijden naar een bevalling”, zegt kraamverzorgende Meijers. „Ik had het geluk dat de verloskundige vroeg had gebeld. Had ze later gebeld, was ik te laat geweest. Organisaties worden groter, soms moet je wel 40, 50 kilometer rijden naar een gezin.”
Ook administratieve redenen kunnen ervoor zorgen dat kraamverzorgenden te laat komen. „Mijn organisatie werkt samen met meerdere organisaties en als ik een cliënt van een andere organisatie overneem, moet er een uitleendossier gemaakt worden”, vertelt Agaath Stoof, kraamverzorgende in Midden-Nederland. „Dat scheelt kostbare tijd en dat is heel vervelend, zeker wanneer een vrouw een tweede of derde kind verwacht, want dan gaat de bevalling vaak sneller. Dan wil ik meteen in de auto kunnen springen.”
“We worden steeds beter in het geven van passende zorg, waarbij wordt gekeken wat een gezin echt nodig heeft.”; -Peter Boudewijn, Branchevereniging Bo Geboortezorg
‘Eigen bijdrage moet eraf’
„We doen er alles aan om mensen op te leiden, maar dat neemt het tekort nu niet direct weg”, zegt Boudewijn van Bo Geboortezorg. „We worden steeds beter in het geven van passende zorg, waarbij wordt gekeken wat een gezin echt nodig heeft. Gaat het goed in een gezin, heeft het een groot netwerk? Dan kan de kraamverzorgende misschien beter naar een gezin dat meer ondersteuning nodig heeft.”
Ook is de zorg primair gericht op moeder en kind en niet op bijvoorbeeld het huishouden. „Vroeger hoorde het huis schoonmaken er meer bij, nu richt de kraamverzorgende zich in beginsel op het welzijn van moeder en kind. Gezondheidschecks, wondverzorging, uitleg geven over badjes, bedjes, temperatuur.”
Er is uitstroom, de gemiddelde leeftijd is boven de veertig en er gaan de komende jaren veel mensen met pensioen. Het vak is, vanwege een ingewikkelde werk-privébalans, niet aantrekkelijk om in te werken, stellen medewerkers uit de geboortezorg. Je werkt vaak acht dagen achter elkaar en draait tussendoor wachtdiensten. Dan wacht de kraamverzorgende tot die gebeld wordt door de verloskundige. Die diensten betalen slecht, slechts 11,44 euro voor 8 uur. Iets plannen ondertussen gaat lastig.
„De wachtdiensten moeten beter beloond worden en de eigen bijdrage moet eraf”, zegt kraamverzorgende Meijers. „Zolang de politiek en de zorgverzekeraars de ernst van de situatie niet inzien, gaat de kraamzorg langzaam kapot. Uiteindelijk raak je de mensen die een kleintje krijgen.”
Wie doet wat in de geboortezorg?
De verloskundige monitort een zwangere vrouw en haar baby tijdens de zwangerschap, tijdens de geboorte en de eerste fase erna. Wanneer een baby thuis wordt geboren of in een geboortehuis, een plek in het ziekenhuis waar je kunt bevallen als je geen medische indicatie hebt, begeleidt de verloskundige de vrouw tijdens de bevalling.
Tijdens de laatste fase van de geboorte komt de kraamverzorgende in beeld. Die ondersteunt de verloskundige. Daarna blijft een kraamverzorgende in een gezin, voert die gezondheidschecks uit bij moeder en baby, geeft uitleg en voorlichting over de verzorging van de baby en ondersteunt bij het geven van borstvoeding. Jaren terug kreeg een gezin 80 uur kraamzorg, nu is het volgens het LIP 49 uur, maar veel vaker krijgt een gezin het minimum: 24 uur.